De stilte killen door de ander, maar ook jezelf te begrijpen.
Ik ben grappig
Maar nu even niet
Edward van de Vendel
Oh ja, de Stilte. Die heeft geen naam, maar het zou logisch zijn als hij er wel een had, want hij is bij ons komen wonen en hij is overal en hij maakt veel lawaai en hij is altijd thuis.
Ebbe is 9 als Mikolai en zijn moeder bij hem in huis komen wonen. Ze zijn gevlucht uit Oekraïne en de moeder van Ebbe heeft ze de benedenverdieping aangeboden. Ebbe en Mikolai kunnen meteen goed met elkaar opschieten – ze gamen samen en kijken filmpjes van comedians. Maar tussen de moeders klikt het niet zo goed. En in de loop van de tijd trekt ook Mikolai zich steeds vaker terug op zijn kamer. Het huis wordt stiller en stiller.
Ebbe begrijpt er niks van. Waarom is alles zo veranderd? Hij bedenkt een plan om de stilte op te heffen. Maar is hij niet veel te laat?
Theo Thijssen-prijswinnaar Edward van de Vendelschreef een actueel en ontroerend verhaal over hoe het voelt om op de vlucht te zijn. Over de kracht van stilte en van praten, over ruzies en vriendschap, over niet weten wat het beste is maar tóch iets doen.
Kinderboek bij de Maand van de Filosofie 2026, met als thema ‘Ken Onszelve’
Mama begreep wat Aurika wilde en ze begreep ook dat Mikolas nog niet wist wat hij wilde, maar dat er wel wat was veranderd.
Ik ben grappig. Maar nu even niet is een kort filosofisch verhaal over elkaar begrijpen door te beseffen dat je verschilt van elkaar. Edward van der Vendel heeft op een toegankelijke manier een situatie geschetst die voor veel lezers bekend zal zijn, maar hij heeft ook een kant laten zien die wij nog niet zo goed kennen. Een kijkje door het venster van onschuldige burgers die alles achter moeten laten vanwege een oorlog en vervolgens ook nog eens geacht worden gepast te reageren op de hulp die ze hier krijgen. Gepast inderdaad door de ogen van degene die de hulp verstrekt.
Hoewel dit een kortverhaal is, biedt het genoeg ruimte voor een verdiepende leesles. Achter in het boek staan een aantal vragen die in de klas besproken kunnen worden. Dit boek is geschreven in het kader van ‘De maand van de Filosofie’ met het thema: Ken onszelve, en laat ons inderdaad nadenken over hoe goed we naar onszelf kijken voor we een oordeel vellen over een ander.
Lessuggesties.
Zoals ik al schreef, heeft dit boek zelf al een aantal stelling achterin staan waarmee je aan de slag kunt. Hieronder staan nog een paar extra ideeën.
- Klassikaal opwarmertje: Bij wie hoor je? Wat is je afkomst, wie bepaalt wie je bent (je identiteit) en hoe voel je je daarmee. Dit gesprek geeft ook ruimte om dieper op identiteit in te gaan.
- Creatieve opdracht: Ebbe moet een werkstuk maken met het thema ‘wie ben ik’. Maak zelf een werkstuk over ‘wie ben ik’, en sluit af met een brief aan jezelf.
- Filosoferen: bepaalt de plek waar je geboren bent, ook daadwerkelijk wie je wordt? Hoe bepalend is de plek van je wieg? En wat is de balans nature vs nuture (aangeboren vs aangeleerd) voor je later wordt. Oscar Wilde (een Engelse schrijver) zegt in een van zijn toneelstukken: meisjes veranderen uiteindelijk in hun moeder. Klopt dit? Lijkt jouw moeder heel erg op jouw oma? En hoe zit dat met je vader en zijn vader? En met jou?
- Discussie/argumentatie: Zet een aantal stellingen op het bord, en laat leerlingen in groepjes hierover in gesprek gaan. Stellingen kunnen zijn:
- Waar je vandaan komt, bepaalt ook wie je wordt.
- Als je onder iemands dak woont, moet je je aan hun regels houden, zelfs als je er niet om hebt gevraagd daar te mogen wonen.
- Als je land in oorlog is, moet je meevechten.
- Iedereen mag president van een land worden, daar heb je geen opleiding of ervaring voor nodig.
Reactie plaatsen
Reacties